U bevindt zich hier: Home » Therapie » Duizeligheid

Wat is duizeligheid?
Duizeligheid is een veelal onderkend en veel voorkomend probleem wat mensen kan belemmeren in hun dagelijks functioneren. In het algemeen wordt onder duizeligheid verstaan: “Het gevoel dat beleefd wordt als de relatie tot de ruimtelijke omgeving verstoord is.
Het is een ongrijpbaar gevoel die omschreven wordt als ‘de wereld draait om mij heen’, onevenwichtigheid en/of licht gevoel in het hoofd.

In sommige gevallen weet u soms niet meer waar u bent en kunt u het gevoel hebben om te vallen. De duizeligheid kan eventueel gepaard gaan met angst, valneigingen, braken en/of misselijkheid.
Mensen voelen zich vaak onbegrepen en horen regelmatig dat ze ‘ermee moeten leren leven’. Echter is er voor sommige duizeligheidproblematiek een passende therapie.

Er kunnen veel organen betrokken zijn bij het ontstaan of blijven bestaan van duizeligheid. Aandoeningen aan de ogen, oren, hersenen of nek kunnen allemaal ten grondslag liggen aan uw duizeligheid. Dit maakt de diagnostiek soms een lastige taak.

Bij enkele vormen van duizeligheid kan Manuele therapie zeer goed helpen. De meest bekende vormen van duizeligheid waar de fysiotherapeut kan helpen zijn:
Benigne Paroxysmale Positie Duizeligheid (BPPD), Neuritis vestibularis (ontsteking van het binnenoor) en Cervicogene duizeligheid (vanuit de nek).

Hoe werkt het evenwichtssysteem?
Normaal gesproken krijgt ieder mens voortdurend informatie over de ruimte om zich heen en over de positie die het lichaam daarbinnen inneemt. Men krijgt vanuit deze informatie een stabiel wereldbeeld. De informatie is afkomstig vanuit volgende systemen:

    • Het evenwichtsorgaan. Dit ligt in het rotsbeen en vormt, met het binnenoor, het slakkenhuis. Het evenwichtsorgaan is gevoelig voor veranderingen van de stand van het hoofd.
    • De ogen. Als men de ogen sluit is lopen of stilstaan moeilijker.
    • Het gevoel in de spieren en pezen. Signalen uit de benen en de nek geven informatie over de stand van het lichaam en van het hoofd ten opzichte van het lichaam. Al deze informatie wordt verwerkt in de hersenstam en de kleine hersenen. Van daaruit gaan prikkels naar de spieren van het lichaam, zodat iemand zijn houding kan aanpassen en zijn evenwicht bewaart. Er gaan ook signalen met informatie naar de grote hersenen waar het bewustzijn zich bevindt. Als daar de verkeerde of nog niet bekende signalen binnenkomen, ontstaat het gevoel van duizeligheid. Duizeligheid is in feite de ervaring van een gevoel dat op zichzelf niet gemeten kan worden.